Zomerkamp 2022 Hoogstpersoonlijk – Dag 4

Gisteravond nam Marieke de honneurs waar en rond de klok van twee waren de lichten overal uit. Het werd stil op de Bekerhof en de muggen hadden vrij spel. In de ochtend kwam daardoor de een na de ander vertellen waar ze allemaal muggenbulten hadden gescoord. Vandaag waren Khalil en Thalita jarig, de een werd 12 en de ander 9 jaar. Net als Robrecht, die twee dagen geleden jarig was, kregen ook zij een eigen verjaardagskroon, een cadeautje en werden ze eerst in de kleine groep en daarna door de hele groep toegezongen.

We waren net klaar met het ontbijt toen de hulpbisschop in vol ornaat binnenkwam. Vandaag zou hij in de mis voorgaan en dat deed hij met verve. Hij legde ons het evangelie uit. In het verhaal werd verteld dat de bruiloftsgasten van de koning maar niet op de bruiloft aankwamen, omdat zij moesten werken. De koning ging daarop naar de kruispunten der wegen om alle anderen uit te nodigen, zodat er toch gasten zouden zijn. Zo is het ook met ons; Jezus kwam ooit ter wereld voor zijn eigen volk, de Joden. Uiteindelijk voelden zij zich niet tot Hem geroepen en heeft Jezus zich gericht op alle mensen die niet-Joods zijn, oftewel ‘de heidenen’. Ieder van ons is sinds dat moment uitgenodigd om bij Jezus te komen. Helaas zijn wij vaak druk, met werken, sporten of uitslapen, en vergeten we door de beslommeringen van elke dag dat wij naar de kerk kunnen gaan, net als de bruiloftsgasten van de koning! Dit is natuurlijk zonde, omdat Jezus eigenlijk een ‘emulgator’ is (ja, een moeilijk woord, dat we nu allemaal snappen!). Zoals water en olie zich niet samen mengen, zo kunnen wij ook niet altijd goed met anderen opschieten. Onze emulgator, het stofje dat ervoor zorgt dat water en olie uiteindelijk toch gaan mengen, is Jezus en Hij zorgt ervoor dat we vanuit ons eigen standpunt naar andermans standpunt gaan kijken. En dat, zoals iedereen wel weet, is soms hard nodig. Binnen een huwelijk, binnen een gezin, tussen vrienden of tussen klasgenoten. Dus niet: de wereld draait om mij hoogstpersoonlijk en ik hoef me verder van niets of niemand iets aan te trekken, maar: ik weet mij hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor alles wat om mij heen gebeurt.

Daarnaast maakte hij ons aan het lachen, door uit te leggen waar zijn staf en mijter voor staan. De staf wisten we eigenlijk al een beetje, die past bij een herder! Hij voegde hieraan toe dat hij, net als herders, eigenlijk ook bedoeld is om ons te beschermen en dat hij dus eigenlijk onze beveiliger was. Zijn mijter, liet hij zien, had van bovenaf gezien de vorm van een vogelbekje. Net als kleine vogeltjes altijd met hun bekjes open zitten om eten te krijgen, kan de bisschop met deze mijter op ‘voedsel van boven’ ontvangen. Jullie snappen dat we hard moesten lachen toen hij voordeed hoe zijn mijter open en dicht kon als een echt vogeltje.

Bepakt en bezakt met de ‘Pancratiusstraat’ ging hij weer huiswaarts en oefenden wij in een kring opnieuw ons themalied en -dans, tot grote vreugde van de kleineren onder ons. Hierna werd de laatste hand gelegd aan de knutselwerkjes en ging iedereen die klaar was op zoek naar zijn groepje om samen hun eigen kampliedje uit te werken. In elk van deze kampliedjes wordt een ander element belicht waarvan wij denken dat het bij het thema ‘Hoogstpersoonlijk’ past. De inhoud van het liedje, dat ieder per lot te beurt gevallen is, kan iedereen persoonlijk iets vertellen. Zoals alles op dit kamp is het in die zin vrijblijvend of wij deze boodschap ter harte nemen, of dat we het als flauwekul van de schouders af laten glijden. De vrijheid is niet voor niets het grootste goed dat aan ieder mens is gegeven en dat geldt ook hier. Je mag met het aangereikte iets doen, maar dat moet je niet! Het is aan jou, aan jou persoonlijk!

Zoals altijd bij het uitwerken van de liedjes ontpoppen zich hier leiders en volgers en zien wij vanaf een afstandje hoe het groepsproces in zijn werk gaat en hoe ieder dit op zijn eigen manier aanpakt. Buiten het themalied zijn er zeven andere liedjes, die elk vertegenwoordigd zijn door 8 of 10 personen. Door het maatjesprincipe hebben we de grotere en kleine kinderen in één groep zitten, met als gevolg dat ze elkaar kunnen dragen en ook kunnen uitdagen om bijvoorbeeld toch mee te doen. Want denk je maar eens in, niet iedereen vindt het even leuk om te zingen of te dansen en toch doet iedereen mee. Mocht iemand echt niet willen, is daar natuurlijk altijd ruimte voor en zoeken we iets anders voor hem of  haar, maar dat is maar heel zelden het geval. Meestal doet iedereen goed mee en maken ze er als groepje iets heel moois van, waar wij niets meer aan hebben toe te voegen. Dat komt ook, geloven wij, omdat hier mensen zijn, die al twintig jaar met ons meegaan op kamp. Hen hebben we van kind zien uitgroeien tot puber, adolescent of volwassene. Zo hebben we hen zien worden tot wie zij zijn en zijn er nu zelfs onder hen die met hun eigen kleine kinderen meegaan. Zij zijn in het Chrisko-kamp-concept opgegroeid en groot geworden. Zij delen het leven met ons en dat maakt dat het vaak vanzelf gaat, omdat we gewend zijn aan elkaar en op de hoogte zijn elkaars klein- en zwakheden. Deze proberen we voor te zijn of ieder geval proberen we daar niet onnodig op in te spelen en zo voorkomen we dat er problemen ontstaan die niet nodig zijn.

Vlak voor het avondeten trokken de meesten nog naar het veld voor een potje slagbal, gevolgd door een potje voetbal. De meesten hadden hard geoefend voor hun dansjes en waren, moe van al het concentreren, wel toe aan wat beweging. Halverwege kwamen Gijs en Dominic samen met Michele het veld opgelopen met een grote pan soep! Omdat er afgelopen week veel macaronisaus over was gebleven en wij niet van verspilling houden, hadden we hier bouillon bij gedaan, zodat er een heerlijke, gevulde soep ontstaan was.

Rond zeven uur werden we bij elkaar gehaald voor het avondeten. Op het menu stond vandaag ‘kip pilaf’ en daar werd met smaak van gegeten. We hanteren hier het ‘lopend buffet’-principe waarbij de ouderen het eten in overleg met jou opscheppen. Jij als kind mag aangeven wat en hoeveel je wilt. Heb je het eenmaal op het bord, betekent het wel dat je het helemaal opeet. We merken wel dat de jongere kinderen uit de buitenlandse gezinnen, die nog niet eerder met ons zijn meegegaan, het vreemd vinden dat we twee broodmaaltijden eten. Zo vraagt Rital, van 6 jaar, vaker aan ons: “Wanneer gaan we nu eten, ik heb nog altijd niets warms gehad!” De broodmaaltijden van ons vindt ze maar wat vreemd en ze verheugt zich elke keer op het avondeten. De jongere jongens uit Syrië zijn overigens niet zo gecharmeerd van onze ijsbergsla met een slasausje. Zij geven aan altijd gewone sla te eten en geen ‘ijssla’ en dan ook nog eens zonder dat sausje. We hebben ze beloofd dat zij morgen hun sla zelf mogen maken, zoals zij dat gewend zijn.

Na de maaltijd viel de groep weer in groepjes uit elkaar om nog een laatste keer te oefenen, voordat de generale repetitie van start zou gaan. Al snel verzamelden we echter bij elkaar om te zingen en te dansen. Het is altijd erg leuk om zo alvast een keer te zien wat iedereen voor ons in petto heeft. Morgen zullen we de liedjes nogmaals opvoeren, maar dan met bij elkaar passende kleding en in opperste concentratie, zodat onze prestaties zo goed mogelijk op camera worden vastgelegd en onze ouders er ook van kunnen genieten. Als het net zo mooi wordt als onze knutselwerkjes zijn, belooft het al veel goeds!